Navigatie overslaan MENU

in Nieuws op 05 april 2023

In de samenmakerij trekken initiatiefnemers en gemeenten samen op

Groningse proeftuin ‘Programma Samen’ werpt maatschappelijke vruchten af

In het ‘Programma Samen’ slaan VSBfonds, Oranje Fonds, Stichting DOEN en VNG de handen ineen met bewoners en gemeenten. Om samen nieuwe wegen te bewandelen en met elkaar meer mogelijk te maken in buurten en wijken. Een van de proeftuinen draait in de gemeente Groningen en heet de samenmakerij. Een inspirerend gesprek over de Groningse ervaringen tot nu toe.

‘De samenmakerij is een kennis- en doeplek voor stad-, dorp-, wijk- en eilandmakerij waarin wordt samengewerkt aan een beter Groningen’, vertelt Maartje ter Veen, de social designer en stadsmaker  die projectmaker is van de proeftuin. ‘De gemeente Groningen en de initiatieven Co-creatie Paddepoel, de Wijkmakers, coöperatie de SuikerBiedt, Sedna, de Verbinders en de GoeieBuurt doen mee. Maar ook de Provincie Groningen, de Rijksuniversiteit Groningen en de landelijke Stadmakerscoöperatie.’

Verbinding in de wijk
Een van de wijkprojecten die al ver voor de aansluiting van de samenmakerij bij het ‘Programma Samen’ op volle toeren draaide, is het bewonersinitiatief Co-creatie Paddepoel. ‘Al jaren werken wij hier aan het beter, mooier en fijner maken van onze wijk’, zegt procesbegeleider Titia Struiving. ‘We zetten nu vooral in op de verbinding tussen de verschillende soorten mensen hier. De oudere, oorspronkelijke bewoners die al sinds de jaren zestig en zeventig in de wijk wonen. Maar inmiddels ook jonge gezinnen, studenten, nieuwkomers en de bewoners van een deel nieuwbouwwoningen. Van sociale huurders tot woningeigenaren. Mensen van verschillende sociale status en met heel diverse achtergronden. Ik woon er zelf ook en ben al zeven jaar actief binnen Co-Creatie Paddepoel.’

Bewoners voorop, gemeente doet mee
Met de bewoners aan kop is de wijk Paddepoel volgens Peter Wijnsma, gebiedsmanager bij de gemeente Groningen, een sprekend voorbeeld van hoe gemeenten en burgers veel vaker zouden moeten samenwerken. ‘Te vaak lopen de waardevolle ideeën en initiatieven van burgers stuk op gemeentelijke bureaucratie. En ik benadruk daarbij dat dat lang niet altijd uit de onwil van ambtenaren en wethouders voortkomt, integendeel. Zij zijn jammer genoeg te vaak vanuit een star overheidssysteem gebonden aan strikte beleidsregels, vastomlijnde maatschappelijke budgetten en dichtgetimmerde subsidiestructuren. Het gevolg is dat bewoners en gemeente elkaar niet vinden, terwijl ze wel dezelfde ambities hebben. Twee wethouders beseften dat hier jaren terug maar al te goed. Om plannen te maken voor vernieuwing van het uit 1971 stammende winkelcentrum in de wijk Paddepoel zeiden zij tegen de wijkbewoners: daag ons uit met jullie ervaringen en ideeën. Neem ons mee in hoe jullie het zouden aanpakken. Het was de start van een proces waarin gemeente en bewoners tot op de dag van vandaag samen optrekken.’

Samen op in co-creatie
In Paddepoel werd gekozen voor co-creatie. Volgens Titia Struiving een gouden greep. ‘Hier hebben de bewoners alle partijen hebben uitgenodigd om samen met hen naar het vraagstuk rondom een nieuw winkelcentrum in de wijk te gaan kijken. Vanuit de perspectieven en rollen van alle betrokkenen. Samen hebben we in verschillende creatieve vormen de dromen over de toekomst van de wijk en het winkelcentrum vastgelegd. En we zijn gaan werken aan ideeën om die dromen waar te maken. In de weg ernaar toe pakken we meteen diverse andere wijkvraagstukken aan, die er direct of indirect mee verbonden zijn. De slechte toegankelijkheid van onze wijk en het winkelcentrum. De noodzaak van meer veilige verkeersbewegingen en goede parkeerfaciliteiten. Meer groen, ruimte en recreatiemogelijkheden. Nieuwe kansen voor bestaande en nieuwe ondernemers. En een winkelcentrum dat samen met zijn directe omgeving als centrale ontmoetingsplek gaat fungeren. Stap voor stap wordt het plan ‘Hart van de wijk’, waarin dit allemaal samen komt, uitgevoerd. Er is  commitment van bewoners, ondernemers, gemeente, maar ook de woningcorporaties en welzijnsorganisaties om samen het proces van wijkontwikkeling aan te gaan. We merken dat partijen – ondanks soms grote onderlinge verschillen – steeds beter in beeld brengen voor elkaar wat hun doelen zijn. Wat daarin gemeenschappelijk is, komt naar voren. En aan wat je samen ziet, kun je ook prima samen aan werken.’

Blauwdruk voor gemeenten
Peter Wijnsma ziet de in Paddepoel gekozen aanpak als een blauwdruk voor hoe de gemeente Groningen veel vaker de samenwerking met bewoners zou moeten op zoeken. ‘Liefst structureel, in alle 52 Groningse wijken’, benadrukt hij. ‘Dat kost uiteraard tijd, de organisatie moet erop ingericht worden. Maar we kunnen hier heel veel van leren. Wat ik verder belangrijk vind: bij het ‘Programma Samen’ is ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten aangesloten. Wij kunnen met dit inspirerende verhaal naar de koepelorganisatie die ons vertegenwoordigt in Den Haag. Wil je in gemeenten meer betrokkenheid en initiatief van wijkbewoners en andere maatschappelijke initiatiefnemers, dan moeten het beleid en de regels daarvoor op alle niveaus worden aangepast. Daarmee pleit ik absoluut niet voor het oprichten van weer allerlei nieuwe organisaties en structuren van waaruit dat dan allemaal weer wordt aangestuurd. Nee, juist niet! Blijf weg van al het overleg en geregel dat die zich over de hoofden van mensen afspeelt en waar zij telkens op afknappen. We moeten beginnen in de wijken en we moeten daar blijven. Wij pleiten ervoor en werken eraan dat de bewegingen die bewoners daar in gang zetten, worden versterkt. Het moet uiteindelijk één grote beweging worden, dat is wat elke gemeente, en dus Nederland als geheel, nodig heeft. En reken maar dat bestuurders, beleidsmakers en ambtenaren enthousiast worden als zij de ruimte krijgen om aan de goede ideeën van gedreven initiatiefnemers bij te dragen.’

‘Wij werken eraan dat de bewegingen die bewoners in hun eigen wijk in gang zetten, worden versterkt.’

Leren van elkaar
Volgens Maartje ter Veen is samen optrekken en van elkaar leren ook de kracht van het ‘Programma Samen’. ‘Dat gebeurt lokaal, regionaal en landelijk’, zegt ze. ‘De projecten die samen de samenmakerij vormen, leren van elkaars kennis, ervaringen en aanpakken. De gemeente leert van hoe bewoners, ondernemers en andere betrokkenen tegen sociaal-maatschappelijke vraagstukken aankijken, hoe ze oplossingen bedenken en vervolgens aan de slag gaan. Wij kunnen als stad vaak veel leren van de ons omringende dorpen. Van hoe vanzelfsprekend en krachtig bewoners daar de verbinding met elkaar zoeken. En zij samen initiatieven ontplooien om het met elkaar goed te hebben en naar elkaar om te kijken. Tijdens de meetings van de landelijke Stadmakerscoöperatie komt iedereen even uit zijn eigen omgeving en worden er ook over en weer ervaringen uitgewisseld. Die landelijke kruisbestuiving motiveert, inspireert en geeft energie. En dat geldt zeker ook voor de maandelijks bijeenkomsten van alle partijen die deelnemen aan het ‘Programma Samen’. In Vaals, De Haagse Schilderswijk, Den Bosch, Tynaarlo, Kampen en Delfshaven spelen verschillende sociaal-maatschappelijke vraagstukken. Ook daar zijn het bewoners die het initiatief nemen en hun eigen aanpak kiezen, waarop de gemeente en de fondsen vervolgens op aansluiten. Onderling leren we weer heel veel van elkaar.’

Van blijvende waarde zijn
Terug naar Co-creatie Paddepoel in Groningen. Waar met zoveel door bewoners geïnitieerde en door de gemeente gesteunde bewonersactiviteiten de vraag rijst waarom het via de samenmakerij toch is aangesloten bij het ‘Programma Samen’. ‘We willen verduurzamen en zorgen dat we blijvend van waarde voor onze wijk kunnen zijn’, legt Titia Struiving uit. ‘Dat vraagt er ook om dat wij ons in zekere mate verder gaan organiseren en professionaliseren. Hoe onwennig dat misschien ook voelt voor een initiatief dat van onderop is ontstaan. We willen ook andere doelgroepen bereiken, onder andere  jongeren en kinderen . En hun band met onze wijk stimuleren. Wat willen zij? Waar dromen zij van? Hoe kunnen we die dromen samen verwezenlijken? Welke rol pakken ze daarin zelf op? Zij zijn immers de toekomstige wijkbewoners, zij  gaan straks dat sociaal-maatschappelijke stokje in Paddepoel van ons overnemen en aan ons de taak om te zorgen dat zij dat met veel plezier gaan doen. En hopelijk nog beter dan wij het konden doen.’

‘We willen verduurzamen en zorgen dat we blijvend van waarde voor onze wijk kunnen zijn.’

Ook fondsen moeten mee
Tot slot dan nog de rol die fondsen in Nederland spelen. Hoe doen zij het in dit kader?
‘Initiatiefrijke bewoners in wijken willen als ze een goed idee hebben snel aan de slag’, weet Peter Wijnsma. ‘Maar voor fondsen geldt dat zij soms traag op gang komen, ook met hun geldstromen. Zij zien dat zelf ook in en werken eraan. Eenvoudigere aanvraagprocedures voor een subsidie of donatie. Het eerder met initiatiefnemers in gesprek gaan. Een open dialoog over ideeën en mogelijkheden voeren. Met als doel om ook meer samen op te trekken. Wat dat betreft kunnen gemeenten en fondsen ook weer van elkaar leren. Ze komen voort uit structuren die misschien niet meer passen bij deze tijd.’

Sociale ondernemingen en broedplaatsen
Maartje ter Veen pleit er daarnaast voor dat fondsen hun focus verbreden. ‘Niet alleen bewonersinitiatieven, maar ook sociale ondernemingen en broedplaatsen hebben een enorme potentie om in wijken en buurten maatschappelijke impact te maken en mensen te verbinden. Hier in Groningen bewijst de coöperatie de SuikerBiedt dat. Een verzameling pioniers, makers, doeners en creatievelingen die samen kleur geven aan het Suikerterrein. Ook zij zijn aangesloten bij de samenmakerij. Al met al hoop ik dat we samen toegaan naar een maatschappij waarin bewoners én dit soort creatieve initiatiefnemers meer en meer het voortouw kunnen nemen. En op basis van gelijkwaardigheid samenwerken met overheden en fondsen.’

 

Meer weten? Ga naar www.desamenmakerij.nl
Meer over Programma SAMEN: www.programmasamen.nl