Navigatie overslaan MENU

in Nieuws op 23 december 2022

‘In Overijssel hebben ze het noaberschap uitgevonden’

Brigitte Coté en Guus Pengel zijn beide regioadviseurs bij VSBfonds. Ze zijn het aanspreekpunt voor initiatiefnemers van culturele en maatschappelijke projecten in Utrecht, Flevoland en Overijssel. Deze keer een gesprek met hen over die laatstgenoemde provincie. De provincie ook waar ze naar elkaar omkijken zo ongeveer hebben uitgevonden. Het heet daar ‘noaberschap’.

Laten we kennismaken!

Brigitte: ‘Ik ben geboren en getogen in Utrecht en woon nu in Nieuwegein. Jarenlang werkte ik bij Fortis. Het bankconcern waar VSB Bank onderdeel van was geworden en dat destijds dus nog nauwe banden met VSBfonds had. Je kon je in die tijd vanuit Fortis laten detacheren, in het kader van je ontwikkeling. Ik kwam tijdelijk bij VSBfonds terecht als projectbegeleider. Ik raakte hier thuis en ben definitief overgestapt. Na diverse andere functies ben ik nu regioadviseur. We zijn in de loop der jaren van een voornamelijk papieren tijger gegroeid naar een heel persoonlijke en dynamische organisatie. We zitten niet alleen maar achter onze bureaus vinkjes en kruisjes te zetten op donatieaanvragen, integendeel. We gaan in gesprek met initiatiefnemers en willen weten wat hun plannen, doelen en drijfveren zijn. En wat wij voor hen kunnen betekenen. Die interactie en dat persoonlijke contact aan de telefoon, online én in het land maakt ons werk ontzettend leuk en inspirerend. Naast mijn werk ben ik sinds kort vrijwilliger en bestuurslid bij een bouwspeeltuin in mijn woonplaats. Een ontmoetingsplek voor jong en oud in de wijk en volledig een bewonersinitiatief.’

Guus: ‘Ik ben van huis uit maker. Ik heb diverse boeken uitgebracht en schrijf teksten voor tv, film, muziek en theatervoorstellingen. Ik werk onder andere voor Jörgen Raymann, Narsingh Balwantsingh en Norman van Geerke. Ook  schreef ik teksten voor bijvoorbeeld de film Een Tuintje In Mijn Hart en een voorstellingen voor de Koninklijke Schouwburg. Ik heb het altijd gecombineerd met ander werk. Ik was bijvoorbeeld beleidsmedewerker bij maatschappelijke organisaties als de Consumentenbond en FNV. Net op het moment dat ik mij volledig op het makerschap wilde storten kwam er een baan voorbij bij VSBfonds. Ik besloot te solliciteren en kijk: ik werk hier nu alweer zeven jaar drie dagen in de week als regioadviseur. Voor mij als maker zijn de persoonlijke contacten in dit werk een inspiratiebron. Het is belangrijk om in verbinding te staan met de maatschappij. Tegelijkertijd kunnen wij als VSBfonds het verschil maken voor initiatiefnemers van projecten op het gebied van kunst- en cultuur en mens en maatschappij.’

Hoe zijn jullie contacten in Overijssel?

Brigitte: ‘In eerste instantie kwamen er vooral veel donatieaanvragen uit Zwolle en omstreken. Daar in de noordkant van de provincie hadden we al snel veel contacten, ook via lokale fondsen. Gaandeweg weten ook steeds meer initiatiefnemers uit Twente de weg naar VSBfonds te vinden. Regionale fondsen zoals Noaberfonds en Twentse Noabers, maar ook de Initiatievencoach voor de regio Twente spelen daarin een belangrijke rol. Zij zijn waardevolle partners die onze bekendheid vergroten. Zij wijzen initiatiefnemers op wat wij met onze financiële ondersteuning, ons netwerk en onze adviezen kunnen bieden.’

Guus: ‘Tegelijkertijd openen de regionale partners voor ons deuren naar initiatiefnemers die wij zelf nog niet in het vizier hebben. Donatie op Locatie en spreekuren in de regio zelf, maar ook online gesprekken leiden tot veel persoonlijke contacten met aanvragers. Zo leren we elkaar steeds beter kennen. Men ontdekt wat wij te bieden hebben. Wij weten steeds beter wat er speelt in de regio. En wat voor initiatieven mensen willen ontplooien om een culturele of maatschappelijke bijdrage te willen leveren aan hun buurt, dorp, stad of regio.’

Om wat voor initiatieven gaat het?

Brigitte: ‘In de grote steden wordt uiteraard veel ondernomen. Hierin wijkt Overijssel niet af van andere provincies. Er is veel ontwikkeling op het gebied van kunst en cultuur, maar ook op maatschappelijk gebied. Een mooi voorbeeld is Hart voor Zwolle. Een maatjesproject waarin jongeren via onder meer scholen en studentenverenigingen maatjes worden van eenzame, kwetsbare Zwollenaren. In de Hanzensteden en voormalige industriesteden zoals Enschede zie je ook veel projecten in het kader van cultureel erfgoed. Er is onder meer een mooi project van samenwerkende musea. Daarin wordt de deskundigheid van erfgoedvrijwilligers ontwikkeld, zodat cultuurhistorische verhalen bewaard blijven en overgedragen worden op nieuwe generaties.’

Guus: ‘Tegelijkertijd kijkt men in Overijssel óók vooruit. Neem Tetem in Enschede. Een experimenteel platform van en voor bewoners en makers uit de gemêleerde wijk Roombeek. Centraal staat de in ontwikkeling zijnde maatschappij, met digitale cultuur in de hoofdrol. Digitale media, techniek, wetenschap en design komen hier samen en zorgen voor verbindingen tussen de mensen die samen de wijk maken.’

En wat gebeurt er in het gebied buiten de steden?

Brigitte: ‘Daar speelt bijvoorbeeld krimp, veel jongeren trekken er weg. Tegelijkertijd zijn er gemeenten ontstaan uit diverse dorpen. Er wordt hard gewerkt om de verbinding tussen die dorpen te verstevigen. We zien daar steeds meer initiatieven voor ontmoetingsplekken en kleinschalige evenementen. Een buurthuis, een dorpsspeeltuin, een voorstelling, een festival. Wat opvalt is dat de mensen zelfredzaam zijn en nog lang niet altijd bij fondsen zoals VSBfonds aankloppen. In Overijssel hebben de mensen het fenomeen ‘noaberschap’ uitgevonden. Naar elkaar omkijken en de mentaliteit van ‘we regelen het wel met elkaar’ is daar heel sterk. Juist omdat die basis zoveel mogelijkheden en kansen biedt aan een mooie maatschappij, zijn wij actief op zoek naar nieuwe initiatieven. Het Overijsselse noaberschap sluit naadloos aan bij ons motto ‘Iedereen doet mee’.

Wat is de belangrijkste rol van VSBfonds?

‘Guus: ‘Ik merk dat wij projecten vaak dat eerste stootje kunnen geven om aan de slag te gaan. Ik bedoel daarmee dat door onze financiële ondersteuning ook andere instanties zoals provincie en gemeente over de brug komen met subsidies en andere vormen van steun.’

Brigitte: ‘Wij bieden een stukje vertrouwen. Ga het maar doen, laat maar zien wat je voor ogen hebt en hoe je het wilt aanpakken. Natuurlijk binnen onze missie en doelen, je moet uiteindelijk jezelf wel bewijzen. Maar wij beseffen: dat kan alleen als je van start kunt. Daarom zijn wij vaak in die startfase van een initiatief belangrijk.’