Navigatie overslaan MENU

in Nieuws op 24 augustus 2021

Op naar krachtig samenspel tussen bewonersinitiatieven en welzijnsorganisaties

“Bewoners moeten kunnen doen wat ze graag willen: aan de slag gaan!” Bewonersinitiatieven spelen een steeds grotere en belangrijkere rol in hun eigen buurt. En dat is soms wennen voor welzijnsorganisaties. Net als bewoners werken zij aan sterke, verbonden buurten waar het prettig wonen en samenleven is. Hoe kunnen bewoners en welzijn goed, en aanvullend op elkaar, samenwerken? Zelfstandig opbouwwerker Melanie Berends-Vermaak heeft hier wel ideeën bij!

Op dit moment wordt Melanie door drie verschillende partijen ingehuurd om bewonersinitiatieven te ondersteunen: bewonersinitiatieven zelf, welzijnsorganisaties en gemeenten. Ieder met verschillende verwachtingen en uitgangspunten. Melanie vertelt erover in drie voorbeelden.

Principekwestie
“In een gemeente wilden bewoners een school kopen en die omtoveren tot ‘sociaal vangnet’ voor hun dorp. Met activiteiten, voorzieningen én woningen voor ouderen en jongeren waarnaar ze kunnen doorstromen in een woningmarkt die op slot zit. Ze klopten aan bij gemeente en provincie en werden steeds teruggestuurd met de opdracht een plan te schrijven. Maar dat plan was er al; de bewoners wilden vooral aan de slag. Ze vroegen het lokale welzijnswerk het plan te schrijven, maar dat wilde wel meedenken richting het plan, maar het niet schrijven. Omdat het voor de bewoners een principekwestie was, wendden ze zich tot mij. Kon ik het niet voor ze optekenen? Dit riep vraagtekens op bij de welzijnsorganisatie. Want het ging toch over eigen regie en empowerment van bewoners? Dan moesten ze zélf leren zo’n plan te schrijven toch? Maar het was een principekwestie voor de bewoners. Ze vonden één A4 genoeg, terwijl de gemeente, maar ook fondsen, veelal meer vragen. Uiteindelijk heb ik het uitgewerkt tot het gevraagde plan van aanpak. Zodat de bewoners aan de slag konden gaan!”

Dubbele pet
Melanie krijgt ook regelmatig verzoeken vanuit welzijnsorganisaties. Ze haalt een bijzonder voorbeeld aan. “Een bewonersinitiatief had zich bij een welzijnsorganisatie gemeld voor procesbegeleiding. Hun dorpshuis moest een Multifunctioneel Centrum worden. Waarop de welzijnsorganisatie mij benaderde, omdat het een fikse klus was waar ze geen capaciteit voor had. Ik kreeg ook een extra opdracht mee: de welzijnsorganisatie moest geprofileerd worden als onmisbare factor in het succes van het initiatief. Zowel richting het dorp als de gemeente. En dan heb je ineens een dubbele pet op. Hoe kon ik tegelijkertijd dienstbaar zijn aan die profileringswens en het proces van de bewoners? Want dat laatste vond ik verreweg het belangrijkste. Zij trokken de kar en hadden in eerste instantie ook het initiatief genomen.” Het zette Melanie aan het denken. “Hoe kan het dat er wrijving lijkt te zijn tussen het bewonersinitiatief en mij, als welzijnswerker? Want we dienen hetzelfde belang: iets heel goed organiseren voor en met bewoners. Hoe kan ik, vanuit dat gedeelde belang, beide partijen bedienen zonder dat er wrijving ontstaat? Want we kunnen juist heel dienstbaar en aanvullend aan elkaar zijn.”

Ruimte bieden
Zo komt Melanie op haar laatste voorbeeld. “Tweeëneenhalf jaar geleden werd ik door een gemeente benaderd om de participatie in een achterstandsdorp te bevorderen. De gemeente had een projectplan opgesteld met twaalf ideeën, waarvan er één van bewoners was. Dat was kort; opgeschreven in vier regels. De gemeente gaf aan dat ik daar niet veel energie in hoefde te stoppen. De bewoners wilden dit al jaren en het lukte ze niet eens het goed op papier te zetten. Terwijl ik dacht; we hebben twaalf ideeën waarvan er één echt uit het dorp komt. Dat is dan waarschijnlijk het beste, omdat de bewoners zich verantwoordelijk voelen voor het creëren en slagen ervan. De gemeente stemde in en stelde geld beschikbaar als impuls aan het initiatief. De bewoners gingen aan de slag, ontwierpen een flyer met een eigen logo en legden de kosten bij de gemeente neer. Dat geld was er, dus het leek me geen probleem. De gemeente dacht daar anders over. Er was al een enorme wildgroei aan logo’s in het dorp, dus een nieuw logo was niet gewenst. Of ik de bewoners wilde bellen met deze boodschap. De gemeente betaalde én bepaalde.  Dat vloekte echt met wat ik het leukste vind aan mijn werk, het aanjagen van initiatieven! Hoe kon een wildgroei aan logo’s nou een probleem zijn voor een dorp? Het vormen van de identiteit van een project is juist erg belangrijk. En als daar een logo bij hoort, wie is de gemeente dan om te bepalen dat dit niet nodig is? Het kwam tot een gesprek met de gemeente over de rol van faciliterende partner. Faciliteren zit niet alleen in het geven van geld, maar vooral in het bieden van ruimte zodat bewoners het initiatief naar eigen goeddunken uit kunnen voeren. Uiteindelijk is dit bewonersinitiatief uitgegroeid tot een zelfstandige Stichting die gecontracteerd partner is voor vier gemeenten. Vanuit een lokaal ambacht laten ze andere bewoners weer meedoen.”

Van spanningsveld naar krachtenveld
In dit ‘wrijvingsverhaal’ hoort Melanie ook een tegengeluid. “Dat komt van gemeenten die zeggen: ‘Wij hebben een pot voor bewonersinitiatieven en een pot voor welzijnswerk. Dat gaat hartstikke goed. En hoe meer bewoners zelf doen, des te minder geld is er nodig voor het welzijnswerk’. Maar dat laatste vind ik te gemakkelijk. Ook van bewoners krijg ik dat terug. Die zien echt wel een rol voor welzijnsorganisaties, en vice versa. Bewoners zien welzijnsorganisaties vooral in de rol van intermediair, wanneer ze zelf die overstijgende rol niet kunnen of willen spelen. Bewoners zijn bezig met hun project en soms moet er een onafhankelijk iemand zijn die op beleidsniveau signaleert en daarmee aan de slag kan gaan. Om zo de positie van het initiatief te versterken. Dan kun je elkaars kracht, kennis en kunde optimaal benutten. En beland je niet in een spanningsveld, maar in een krachtenveld!”

Hoe kunnen bewoners en welzijn goed, en aanvullend op elkaar, samenwerken? Om die vraag te beantwoorden maakt VSBfonds, in samenwerking met LSA Bewoners, Sociaal Werk Nederland, Krachtproef en Verdiwel, een aantal experimenten (financieel) mogelijk. Wil je zelf, als bewonersgroep of welzijnsorganisatie, werk maken van een betere samenwerking? Zodat je samen meer voor een buurt kunt betekenen? Lees dan hier verder en meld jezelf voor 15 september aan!